Uit een Britse onderzoek blijkt dat 23% van de labradors een gen mist waardoor sommige labradors willen blijven eten! Dat hebben onderzoekers van het wetenschappelijk tijdschift Cell Metabolism gemeld. Wat zegt dit over labradors?

De labrador met het missende POMC gen hebben altijd honger. Dat komt door de proopiomelanocortin (POMC) gen die zorgt voor het aanmaken van de juiste proteïnes bij honden.

De studie

Er werden 310 labradors getest. Ze werden gewogen terwijl de baasjes een vragenlijst moesten invullen. Ongeveer een kwart van de honden had een kopie van POMC, een obesitas gerelateerd gen. Deze hondjes waren gemiddeld 1,9 kilo zwaarder en het had niets te maken met voeding en sport.

310 labradors werden getest door de Universiteit van Cambridge. Hieruit bleek dat 1 van de 5 labradors de POMC gen niet hadden. De honden met het missende gen waren gemiddeld 2 kilo zwaarder dan de rest.

Lees de studie hier.

Labrador trainen gaat daardoor makkelijker!

Een hond die altijd honger heeft zal ook altijd luisteren tegen beloning. Ze zijn daardoor extra bereid om naar je te luisteren omdat ze de maag altijd willen vullen! Wil je weten hoe je jouw labrador het beste kunt opvoeden of trainen? Neem dan een kijkje in het Labrador Handboek.

Wat is gezond voor een labrador?

De voeding die je je hond voorzet, moet een aantal bestanddelen bevatten die hem gezond houden. Hieronder een lijst met de bestandsdelen.

De bestandsdelen

  • Eiwitten: De hond is in staat om eiwitten uit verschillende soorten voeding te verteren. Dierlijke eiwitten (zoals in vlees) zijn voor een hond het best verteerbaar. Voorbeelden van andere voedingssoorten waarin zich eiwitten bevinden zijn granen, zuivelproducten en peulvruchten. Je hond heeft eiwitten nodig voor een goed werkend immuunsysteem, de opbouw van cellen en (spier)weefsel, en de groei. De meningen lopen uiteen over hoeveel eiwit een hond per dag nodig heeft, maar je hoeft je geen zorgen te maken als hij wat meer krijgt dan noodzakelijk. Een teveel aan eiwitten heeft geen schadelijke gevolgen voor zijn gezondheid. Belangrijker dan de hoeveelheid is de kwaliteit van de eiwitten. De kwaliteit van eiwitten is hoger naarmate de hond beter in staat is deze te verteren. Een hond heeft, vergeleken met een mens, een vrij kort spijsverteringskanaal en heeft daarom behoefte aan goed verteerbare voeding.

  • Koolhydraten:
    Een hond heeft koolhydraten nodig voor de opbouw van cellen. Ook zorgen koolhydraten voor een goede werking van de darm en vormen zij een energiebron voor de hond. Koolhydraten bevinden zich enkel en alleen in plantaardig materiaal en komen voor in de vorm van zetmeel en suikers. Honden beschikken niet over verteringsenzymen die alle soorten granen voldoende kunnen afbreken. Een geschiktere bron van koolhydraten vormen daarom bepaalde soorten groenten (zoals worteltjes) en fruit (appel en banaan).

  • Vetten:
    In het lichaam vervullen vetten vele functies, maar de belangrijkste is toch wel het leveren van energie. Vetten zorgen er ook voor dat bepaalde soorten vitamines door het lichaam worden opgenomen en helpen bij het gezond houden van de huid en de vacht. Vetten komen vooral voor in vlees en zuivelproducten.

  • Vitamines:
    Er zijn twee soorten vitamines: wateroplosbare vitamines (vitamine B en C) en wateronoplosbare vitamines (vitamine A, D, E en K). Deze vitamines kunnen zowel in plantaardige als dierlijke producten voorkomen. De wateroplosbare vitamines worden door het lichaam van de hond tijdens de vertering met behulp van water opgenomen. Een hond heeft beide vitamines (B én C) nodig om gezond te blijven, maar zijn lichaam maakt zelf al een bepaalde hoeveelheid vitamine C aan. Een overschot aan deze vitamines is niet schadelijk, hoewel te veel vitamine C diarree kan veroorzaken. Krijgt een hond te veel wateroplosbare vitamines binnen, dan raakt hij deze via de urine of ontlasting weer kwijt. Het vet in hondenvoer en vlees helpt bij de opname van wateronoplosbare vitamines. Ook deze vitamines zijn belangrijk voor zijn gezondheid. Als je hond meer wateronoplosbare vitamines binnen krijgt dan zijn lichaam nodig heeft, worden deze opgeslagen in het lichaamsvet. Een overschot aan deze vitamines kan leiden tot gezondheidsklachten of zelfs vergiftiging. Het is daarom niet aan te raden ze zelf aan hondenvoeding toe te voegen, tenzij je dierenarts dit voorschrijft. Uitgebalanceerd hondenvoer zal voldoende bevatten van beide soorten vitamines.

  • Mineralen en sporenelementen:
    Net als vitamines zijn mineralen onmisbaar voor de gezondheid van je hond. Voorbeelden van mineralen zijn calcium en fosfor(beide belangrijk voor de opbouw van het skelet), ijzer (belangrijk voor het zuurstoftransport in het bloed) en zink (belangrijk voor de groei en de gezondheid van de huid). Mineralen en sporenelementen zijn voldoende aanwezig in uitgebalanceerd hondenvoer.

Het spreekt vanzelf dat je hond voldoende vers drinkwater nodig heeft. Water is van essentieel belang om het lichaam van je hond goed te laten functioneren. Water speelt bijvoorbeeld een grote rol bij de productie van energie, bij het transport van voedingsstoffen en bij het uitscheiden van afvalstoffen.

Vroeger, toen de labrador nog dienst deed als werkhond, scharrelde hij zelf zijn kostje bij elkaar of at hij mee met de pot. Sinds de uitvinding van het hondenvoer is de kwaliteit ervan steeds verder ontwikkeld en verbeterd. Als hondenbezitter heb je tegenwoordig de keuze uit een enorm aanbod aan merken en soorten hondenvoer. 

Honden voer keuze voor jouw labrador

  • Blikvoer:
    hondenvoer dat in blikken of kuipjes verkrijgbaar is, bevat vaak veel vocht en weinig vlees. Honden vinden het meestal lekker, maar hebben er meer van nodig om aan hun dagelijkse energiebehoefte te voldoen. De kwaliteit van blikvoer verschilt en het is daarom aan te raden een soort blikvoer te kiezen met een laag waterpercentage en een zo hoog mogelijke voedingswaarde. Een nadeel van blikvoer is dat honden er minder hard op hoeven te kauwen, waardoor tandplak en tandvleesproblemen kunnen ontstaan.

  • Diner:
    dit voer bestaat uit brokken, granen en gedroogde groente. Er moet warm water aan worden toegevoegd, voordat de hond het kan eten. In gedroogde vorm is diner licht van gewicht en dus lang houdbaar. Geef het echter nooit in gedroogde vorm aan je hond. Zonder de toevoeging van warm water absorbeert diner al het vocht dat in de maag aanwezig is en dit kan ernstige gevolgen hebben voor een hond.

  • Halfnatte brokken:
    dit zijn brokken die wel wat vocht bevatten, maar droog genoeg zijn om in een zak te worden verpakt. Door het vochtgehalte zijn ze wat gevoeliger voor bederf dan droge brokken. Je kunt deze brokjes niet alleen als voer, maar ook als trainingsbrokjes gebruiken. Omdat deze brokken relatief zacht zijn en je hond er niet lang op hoeft te kauwen is de kans op tandplak iets groter dan bij harde brokken.

  • Geperste brokken:
    Dit soort brokken wordt bij een relatief lage temperatuur (ca. 75°C) geperst, waardoor de grondstoffen optimaal tot hun recht komen en alle voedingsstoffen behouden blijven. Geperste brokken zijn harde brokken, bevatten natuurlijke anti-oxidanten en zijn licht verteerbaar. Ze bevatten geen geur-, kleur- en smaakstoffen.
  • Geëxpandeerde brokken:
    Het verschil met geperste brokken is dat geëxpandeerde brokken worden geproduceerd bij een hogere temperatuur (boven de 100°C). Hierdoor zijn geëxpandeerde brokken, als je ze tenminste droog bewaart, minder gevoelig voor bederf en daarom lang houdbaar. Geëxpandeerde brokken zijn in verschillende kwaliteiten verkrijgbaar.

  • Kompleet vers voer (KKV):
    Dit hondenvoer bestaat uit kant-en-klaar rauw vers vlees dat ingevroren wordt verkocht in bakjes of in de vorm van worstjes. Je kunt dit vlees rauw, maar goed ontdooid aan de hond geven. Vers vlees bevat veel natuurlijke probiotica omdat het niet verhit is. Probiotica zijn micro-organismen (meestal bacteriën) die van nature in de darm voorkomen. Ze zorgen voor een gezonde darmflora en dragen daardoor bij aan een goede gezondheid van de hond.

Naast verschillende soorten hondenvoer, bestaat er nog speciaal voer voor kleine, middelgrote en grote rassen, voor puppies en voor volwassen honden. Verder is er voer te koop dat speciaal is aangepast aan de behoeften van verschillende rassen, waaronder de labrador retriever. Het voer heeft onder andere een laag vetgehalte en een ingrediënt dat een verzadigd gevoel veroorzaakt, zodat de labrador, die nu eenmaal graag eet, zijn ideale gewicht kan behouden. Daarnaast is er voer verkrijgbaar voor drachtige en zogende teven en hun pups, en dieetvoer voor honden met bepaalde gezondheidsklachten, zoals diabetes, voedselovergevoeligheid en/of maagdarmklachten.