icon arrow up
Boek voorvertoning

Raskenmerken labrador

De labrador is nu een van de populairste hondenrassen in Nederland. Waarschijnlijk heeft dit ras zijn populariteit te danken aan een combinatie van zijn raskenmerken: een stoer uiterlijk en een lief karakter. De labrador is bovendien een echte gezinshond. De raskenmerken van de labrador, en ook die van andere rashonden, worden beschreven in de rasstandaard van de Fédération Cynologique Internationale (FCI). Bij deze organisatie, die werd opgericht in 1911, zijn inmiddels ongeveer 80 landen binnen en buiten Europa aangesloten. Elk van de 337 rassen die door de FCI worden erkend, is eigendom van een bepaald land. Dat land is zelf verantwoordelijk voor het opstellen van de rasstandaard. Tijdens hondenshows baseren de keurmeesters hun keuringen op deze rasstandaards. Voor fokkers ideaalbeeld voldoen, zullen niet snel worden uitgekozen om mee te fokken. Toekomstige hondenbazen die op zoek zijn naar een maatje zullen waarschijnlijk iets minder waarde hechten aan de rasstandaard. Echter, voor de volledigheid wordt deze hieronder toch genoemd. De rasstandaard van de labrador is in 1987 door de FCI overgenomen van de Engelse Kennelclub:

FCI Groep 8: Retrievers, spaniels en waterhonden
Rasstandaard: FCI nummer 122

Hoofd/schedel

De schedel is breed met een duidelijke stop, scherp besneden zonder vlezige wangen. De kaken zijn middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend. De neus is breed, de neusgaten zijn goed ontwikkeld.

Ogen

De ogen zijn middelmatig groot, met een intelligente, vriendelijke uitdrukking. Ze zijn bruin of hazelnootkleurig.

Oren

De oren zijn niet groot of zwaar. Ze liggen dicht tegen het hoofd aan en zijn vrij ver naar achteren geplaatst.

Mond

De kaken en het gebit moeten sterk zijn. Het gebit is regelmatig en compleet scharend. Dat wil zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste tanden heen vallen en recht in de kaak staan.

Hals

De hals moet sterk, krachtig en zonder rimpels of plooien zijn, geplaatst op goedliggende schouders.

Lichaam:

De borstkas moet van een goede breedte en diepte zijn, met goed gewelfde ribben. De rug heeft een
horizontale bovenbelijning. De lendenen zijn breed, kort en sterk.

Voorhand

De schouders zijn lang en schuinliggend. De voorbenen hebben stevige botten en zijn recht van de elleboog tot de grond, zowel van voren als van opzij bezien.

Achterhand:

Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend. Een goed gehoekte knie. De hakken zijn laag geplaatst. Koehakkigheid is hoogst ongewenst.

Voeten

De voeten zijn rond en compact. De tenen zijn goed gebogen en de voetzolen zijn goed ontwikkeld.

Gang/beweging

De gang is vrij, voldoende bodem beslaand, recht en zuiver, zowel voor als achter.

Staart

De staart is kenmerkend voor het ras: erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de punt. Hij is van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed met een korte, dikke, dichte vacht, waardoor de ronde vorm ontstaat die ook wel “otterstaart” wordt genoemd. De staart mag vrolijk gedragen worden, maar niet over de rug krullen.

Vacht

De vacht is kenmerkend voor het ras: kort, dicht, zonder golven of bevedering. De vacht voelt vrij
hard aan en heeft een weerbestendige ondervacht.

Kleur

Geheel zwart, geel of lever/chocoladekleurig. De gele kleur kan variëren van licht roomkleurig tot vosrood. Een kleine witte vlek op de borst is toegestaan. Schofthoogte: De ideale schofthoogte (de afstand tussen de bovenkant van de schouder en de grond) is voor volwassen reuen 56-57 centimeter en voor volwassen teven 54-56 centimeter.

Gewicht

Volwassen reuen wegen 35-38 kilogram, volwassen teven 25-30 kilogram.

N.B.

Reuen moeten twee normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

Gedrag

De labrador retriever heeft een goed temperament, is erg behendig en heeft een buitengewoon goede neus. De labrador is “zacht in de mond”, wat wil zeggen dat hij het wild bij zijn baas brengt zonder het stuk te bijten. Hij is een fervent liefhebber van water en is een toegewijde metgezel die zich makkelijk aanpast.

Karakter

De labrador is intelligent, levendig en gehoorzaam en wil het zijn baas graag naar de zin maken. Hij heeft een vriendelijk karakter, is betrouwbaar en lief voor kinderen en hij is niet agressief. Kleine onvolkomenheden in het uiterlijk van de hond zijn niet erg. Hier onderscheidt de huishond zich van de show- of tentoonstellingshond. Er zijn echter ook “fouten” die grote invloed hebben op de algehele gezondheid van een hond, maar daarover meer in het hoofdstuk over gezondheid. Karakterfouten bij een hond kunnen eveneens ernstig zijn. Liefhebbers van labradors zijn enthousiast over de makkelijk te onderhouden vacht van de hond en zijn blijmoedige karakter.

Hij houdt van spelen en is altijd in voor wat jij maar bedenkt. Heb je zin in een lange wandeling of wil je gaan zwemmen? Je labrador gaat graag met je mee! Hij speelt graag met kinderen en vindt niets leuker dan achter balletjes aan rennen en frisbees vangen. De drang om te apporteren zit in zijn natuur. Zoals eerder gezegd is de labrador een echte gezinshond. Als

Blog

Recente artikelen