icon arrow up
Boek voorvertoning

Labrador voeding

Een gezonde labrador heeft een glanzende vacht, een paar heldere, levendige ogen en een krachtige, energieke uitstraling. Zijn gezondheid is afhankelijk van veel dingen, zoals erfelijkheid en algehele verzorging. Goede voeding is echter ook van essentieel belang. Veel honden zullen genoegen nemen met hondenvoer van mindere kwaliteit en tevreden hun bak leegeten. Toch zal slechte voeding uiteindelijk invloed hebben op de gezondheid van een hond. Hij kan last krijgen van zijn huid, zijn vacht kan dof of dunner worden en zijn immuunsysteem kan verzwakken, waardoor hij vaker ziek wordt. Het is zelfs mogelijk dat een hond door slechte voeding gedragsproblemen krijgt. Als eigenaar ben je verantwoordelijk voor de gezondheid van je hond. Wees daarom kritisch bij het kiezen van zijn voeding.

Het is niet precies te zeggen hoeveel voeding je labrador per dag precies nodig heeft. De ene hond heeft een snellere stofwisseling en/of een actievere levensstijl dan de andere. Een labrador heeft van nature een stevige lichaamsbouw en staat erom bekend dat hij een goede eter is. Op de verpakking van hondenvoer staat precies aangegeven hoeveel jouw hond per dag nodig heeft. Bij de betere merken hondenvoer krijg je een maatbeker cadeau. De aangegeven porties zijn echter vaak aan de ruime kant. Houd daarom goed in de gaten of je labrador niet te dik wordt, want hij heeft daar wel de neiging toe. Je moet van de boven- en zijkant een taille kunnen zien en hoewel hij best wat vlees op de ribben mag hebben, moet je zijn ribben nog kunnen voelen. Is dit niet het geval en lijkt je labrador weinig energie te hebben, dan is hij mogelijk te dik.

Het is niet verstandig de voerbak van je hond te vullen en hem te laten eten wanneer hij daar zin in heeft. Als de hond zijn bak niet direct leeg eet, betekent dit dat hij (nog) geen honger heeft en kun je zijn bak beter weghalen. De kwaliteit van het voer gaat namelijk snel achteruit als je het laat staan. Bovendien kan het voer op die manier ongedierte aantrekken. Vergeet niet zowel de etensbak als de drinkbak regelmatig goed af te wassen. Zo geef je ziekmakende bacteriën geen kans.

Wanneer en hoe vaak voer je je hond? Over het algemeen wordt aangeraden pups twee tot drie keer per dag eten te geven. Een volwassen hond kan toe met een of twee keer per dag. Je kunt je hond bijvoorbeeld eten geven ’s morgens nadat je ontbeten hebt en ’s avonds na het avondeten. Geef je hond niets wat van je eigen bord afkomstig is. Op die manier leer je hem bedelen en dit kan heel vervelend zijn. Bovendien is ons voedsel vaak te gekruid en te zout voor een hond, waardoor zijn ingewanden van streek kunnen raken. Voer je hond ook geen restjes als je staat te koken. Je labrador zal al snel groot genoeg zijn om bij het aanrecht te kunnen en er eten van af te stelen! Bij een pup die op vaste tijden eten krijgt, is het makkelijker een patroon te ontdekken in zijn stoelgang. Een pup doet namelijk zijn behoefte nadat hij gegeten heeft. Als een pup de hele dag door de gelegenheid krijgt kleine beetjes te eten, kun je moeilijker inschatten wanneer je het best met hem naar buiten kunt gaan. Geef je pup nadat hij gegeten heeft wel even rust, zodat zijn voedsel kan verteren.

De voeding die je je hond voorzet, moet een aantal bestanddelen bevatten die hem gezond houden. Deze bestanddelen zijn:

  • Eiwitten: De hond is in staat om eiwitten uit verschillende soorten voeding te verteren. Dierlijke eiwitten (zoals in vlees) zijn voor een hond het best verteerbaar. Voorbeelden van andere voedingssoorten waarin zich eiwitten bevinden zijn granen, zuivelproducten en peulvruchten. Je hond heeft eiwitten nodig voor een goed werkend immuunsysteem, de opbouw van cellen en (spier)weefsel, en de groei. De meningen lopen uiteen over hoeveel eiwit een hond per dag nodig heeft, maar je hoeft je geen zorgen te maken als hij wat meer krijgt dan noodzakelijk. Een teveel aan eiwitten heeft geen schadelijke gevolgen voor zijn gezondheid. Belangrijker dan de hoeveelheid is de kwaliteit van de eiwitten. De kwaliteit van eiwitten is hoger naarmate de hond beter in staat is deze te verteren. Een hond heeft, vergeleken met een mens, een vrij kort spijsverteringskanaal en heeft daarom behoefte aan goed verteerbare voeding.
  • Koolhydraten: Een hond heeft koolhydraten nodig voor de opbouw van cellen. Ook zorgen koolhydraten voor een goede werking van de darm en vormen zij een energiebron voor de hond. Koolhydraten bevinden zich enkel en alleen in plantaardig materiaal en komen voor in de vorm van zetmeel en suikers. Honden beschikken niet over verteringsenzymen die alle soorten granen voldoende kunnen afbreken. Een geschiktere bron van koolhydraten vormen daarom bepaalde soorten groenten (zoals worteltjes) en fruit (appel en banaan).
  • Vetten: In het lichaam vervullen vetten vele functies, maar de belangrijkste is toch wel het leveren van energie. Vetten zorgen er ook voor dat bepaalde soorten vitamines door het lichaam worden opgenomen en helpen bij het gezond houden van de huid en de vacht. Vetten komen vooral voor in vlees en zuivelproducten.
  • Vitamines: Er zijn twee soorten vitamines: wateroplosbare vitamines (vitamine B en C) en wateronoplosbare vitamines (vitamine A, D, E en K). Deze vitamines kunnen zowel in plantaardige als dierlijke producten voorkomen. De wateroplosbare vitamines worden door het lichaam van de hond tijdens de vertering met behulp van water opgenomen. Een hond heeft beide vitamines (B én C) nodig om gezond te blijven, maar zijn lichaam maakt zelf al een bepaalde hoeveelheid vitamine C aan. Een overschot aan deze vitamines is niet schadelijk, hoewel te veel vitamine C diarree kan veroorzaken. Krijgt een hond te veel wateroplosbare vitamines binnen, dan raakt hij deze via de urine of ontlasting weer kwijt. Het vet in hondenvoer en vlees helpt bij de opname van wateronoplosbare vitamines. Ook deze vitamines zijn belangrijk voor zijn gezondheid. Als je hond meer wateronoplosbare vitamines binnen krijgt dan zijn lichaam nodig heeft, worden deze opgeslagen in het lichaamsvet. Een overschot aan deze vitamines kan leiden tot gezondheidsklachten of zelfs vergiftiging. Het is daarom niet aan te raden ze zelf aan hondenvoeding toe te voegen, tenzij je dierenarts dit voorschrijft. Uitgebalanceerd hondenvoer zal voldoende bevatten van beide soorten vitamines.
  • Mineralen en sporenelementen: Net als vitamines zijn mineralen onmisbaar voor de gezondheid van je hond. Voorbeelden van mineralen zijn calcium en fosfor(beide belangrijk voor de opbouw van het skelet), ijzer (belangrijk voor het zuurstoftransport in het bloed) en zink (belangrijk voor de groei en de gezondheid van de huid). Mineralen en sporenelementen zijn voldoende aanwezig in uitgebalanceerd hondenvoer. Het spreekt vanzelf dat je hond voldoende vers drinkwater nodig heeft. Water is van essentieel belang om het lichaam van je hond goed te laten functioneren. Water speelt bijvoorbeeld een grote rol bij de productie van energie, bij het transport van voedingsstoffen en bij het uitscheiden van afvalstoffen. Vroeger, toen de labrador nog dienst deed als werkhond, scharrelde hij zelf zijn kostje bij elkaar of at hij mee met de pot. Sinds de uitvinding van het hondenvoer is de kwaliteit ervan steeds verder ontwikkeld en verbeterd. Als hondenbezitter heb je tegenwoordig de keuze uit een enorm aanbod aan merken en soorten hondenvoer.

Hieronder volgt een overzicht van wat er zoal te koop is aan soorten hondenvoer:

  • Blikvoer: hondenvoer dat in blikken of kuipjes verkrijgbaar is, bevat vaak veel vocht en weinig vlees. Honden vinden het meestal lekker, maar hebben er meer van nodig om aan hun dagelijkse energiebehoefte te voldoen. De kwaliteit van blikvoer verschilt en het is daarom aan te raden een soort blikvoer te kiezen met een laag waterpercentage en een zo hoog mogelijke voedingswaarde. Een nadeel van blikvoer is dat honden er minder hard op hoeven te kauwen, waardoor tandplak en tandvleesproblemen kunnen ontstaan.
  • Diner: dit voer bestaat uit brokken, granen en gedroogde groente. Er moet warm water aan worden toegevoegd, voordat de hond het kan eten. In gedroogde vorm is diner licht van gewicht en dus lang houdbaar. Geef het echter nooit in gedroogde vorm aan je hond. Zonder de toevoeging van warm water absorbeert diner al het vocht dat in de maag aanwezig is en dit kan ernstige gevolgen hebben voor een hond.
  • Halfnatte brokken: dit zijn brokken die wel wat vocht bevatten, maar droog genoeg zijn om in een zak te worden verpakt. Door het vochtgehalte zijn ze wat gevoeliger voor bederf dan droge brokken. Je kunt deze brokjes niet alleen als voer, maar ook als trainingsbrokjes gebruiken. Omdat deze brokken relatief zacht zijn en je hond er niet lang op hoeft te kauwen is de kans op tandplak iets groter dan bij harde brokken.
  • Geperste brokken: Dit soort brokken wordt bij een relatief lage temperatuur (ca. 75°C) geperst, waardoor de grondstoffen optimaal tot hun recht komen en alle voedingsstoffen behouden blijven. Geperste brokken zijn harde brokken, bevatten natuurlijke anti-oxidanten en zijn licht verteerbaar. Ze bevatten geen geur-, kleur- en smaakstoffen.
Blog

Recente artikelen