icon arrow up
Boek voorvertoning

Labrador opvoeding

Je hebt voor de labrador retriever gekozen omdat het karakter van de hond je aansprak. Hij heeft een sterke “will to please”, hij is een allemansvriend en heeft een vriendelijk en sociaal karakter. Je bent ervan overtuigd dat jouw labrador ook de ideale hond wordt die door iedereen geliefd is om zijn goede gedrag. Hij springt niet tegen mensen op, hij valt niet uit tegen andere honden, hij kauwt geen spullen stuk en hij kan goed alleen blijven. Dat klinkt geweldig, toch? Een goed opgevoede hond krijg je echter niet vanzelf! Alle goede karaktereigenschappen die een labrador van nature bezit, zul je tot ontwikkeling moeten brengen door hem te trainen en op te voeden. Realiseer je goed, voordat je een labrador aanschaft, dat zijn opvoeding veel tijd en geduld kost. Echter, met de juiste aanpak zullen zowel jij als je hond veel plezier aan het opvoeden en trainen beleven. Je bouwt een band voor het leven met hem op. In dit hoofdstuk leer je hoe jij en je hond elkaar kunnen begrijpen en hoe je hem het best kunt opvoeden. Je leert ook hoe je je hond eenvoudig de basiscommando’s aanleert. Ten slotte worden tips gegeven over hoe je ongewenst hondengedrag kunt proberen te voorkomen of af te leren.

Straffen en belonen

Als attente baas vraag je je misschien af waarom je hond zich gedraagt zoals hij doet en hoe jouw gedrag van invloed kan zijn op je hond. Wat je in ieder geval niet moet doen is je hond als mens behandelen. Denk niet dat een hond enig besef heeft van wat in mensenogen gewenst gedrag is. Een hond heeft geen besef van de waarde van spullen die hij kapotmaakt en kent het verschil tussen goed en slecht niet. De ervaring leert hem wat hij wel of juist niet kan doen. Een hond is er echter niet op uit om ongehoorzaam te zijn en kattenkwaad uit te halen. Hij wil het jou juist graag naar de zin maken. Als jij maar je tevredenheid en blijdschap over zijn goede gedrag laat blijken.

Wat uiterlijk en levensstijl betreft lijken onze honden niet meer op hun voorouders. Maar wat hun onderlinge relaties wel. De voorouders van onze hond leefden in een roedel, een groep waarin elk dier zijn eigen plaats heeft, maar waarin er één de onbetwiste leider is (ook wel de Alpha genoemd). Het leiderschap is niet gebaseerd op wreedheid en macht, maar op bekwaamheid en prestatie. Bekwame, zelfverzekerde dieren klimmen op, terwijl andere dieren zich confirmeren en respect tonen. Dit doen zij maar al te graag, want de zekerheid die de groep hun biedt is heel belangrijk. Voor hun voedselvoorziening zijn zij van hun onderlinge samenwerking afhankelijk. En dan profiteren ze van een bekwame leider, die ze maar wat graag volgen.

Onze huishond beschouwt iedereen die deel uitmaakt van het gezin als leden van de roedel. Dit betekent dat een baasje dat leiderschap toont aan zijn of haar hond kan rekenen op een trouwe volger. Wanneer een baasje tekortschiet in het tonen van leiderschap, is het goed mogelijk dat de hond het machtsvacuüm opvult dat ontstaat. Als je je hond tijdens het trainen en opvoeden laat merken dat jij de baas bent en op de juiste manier leiderschap toont, zal hij onder de indruk zijn en jou beschouwen als hoofd van de roedel. Die juiste manier is de hond leren wat hij moet doen om beloond te worden voor zijn goede gedrag. De verkeerde manier is je hond telkens te straffen voor ongewenst gedrag.

Een hond is slim en welwillend en heeft snel door dat de samenwerking met jou hem iets goed oplevert. Jij bent degene die letterlijk en figuurlijk deuren voor hem opent: genegenheid, eten, lekker wandelen, spelen met zijn vriendjes in het park, achter dwarrelende herfstblaadjes aanrennen, even lekker snuffelen aan het gras. Als hij met jou samenwerkt, krijgt hij de dingen die hij graag wil. Probeert hij alles op eigen houtje, dan krijgt hij niets. Hij realiseert zich dat het nut heeft de leider te volgen en leert door ervaring welk gedrag er van hem wordt verwacht. Het is belangrijk dat je een consequente leider bent, zodat de hond weet waar hij aan toe is. Stimuleer positief gedrag door te helpen voorkomen dat hij in verleiding gebracht wordt de fout in te gaan. Laat bijvoorbeeld geen schoeisel slingeren en zet geen schaal koekjes op tafel binnen het bereik van je hond, terwijl je zelf de kamer uit gaat. Een hond ziet het kauwen op schoenen niet als vernielen en het van tafel happen van een koekje niet als stelen. Het enige wat hij doet is het beste maken van elke situatie waarin hij verzeild raakt. Laat blijken dat je goede gedrag van je hond waardeert door hem te belonen met aandacht. Probeer je emoties de baas te blijven als je boos bent.

Zoals gezegd kent een hond het verschil tussen “goed” en “kwaad” niet zoals wij dat kennen. Straf je je hond, dan zal hij de straf koppelen aan degene die hem straft. Als die persoon weg is en de kust is veilig zal hij het gedrag herhalen waarvoor hij is gestraft. Hij heeft geleerd om niet betrapt te worden, niet om zich te gedragen. Mag je een hond dan echt nooit straffen? Is het realistisch om nooit “nee!” te mogen roepen, terwijl je misschien een beetje gefrustreerd raakt van het belonen van positief gedrag en het negeren van negatief gedrag? Het leven in een roedel gaat immers ook niet altijd over rozen. Een wilde hond wordt zo nu en dan ook terechtgewezen door grommende soortgenoten, waardoor hij zijn plaats leert en weet welk gedrag niet op prijs wordt gesteld.

Het heeft geen enkele zin je hond al dan niet fysiek te straffen of tegen hem te schreeuwen. Je zult het omgekeerde bereiken van wat je beoogt. Een hond die mishandeld wordt of zich bedreigd voelt, neemt een passieve of onderdanige houding aan en wordt wantrouwig. Hij kan ook zelf agressief worden of negatieve aandacht gaan vragen. Onthoud dat een gestreste baas vaak eveneens een gestreste hond heeft. Een hond voelt namelijk feilloos de gemoedstoestand van zijn baas aan. Wat je zeker niet moet willen is dat je hond je gaat mijden of zelfs probeert weg te lopen. Daarom past het straffen van een hond niet in zijn opvoeding.

Er zijn momenten dat alleen het belonen van goed gedrag niet genoeg is. Als je hond bijvoorbeeld bezig is een gat te graven in het gazon, kun je dit niet negeren. In zo’n geval kun je hem corrigeren, waarbij het doel niet is hem te laten merken dat hij stout is, maar hem te laten schrikken zodat hij wordt afgeleid van waar hij mee bezig is. Je kunt bijvoorbeeld “hé!” of “foei!” roepen
of schudden met een blik knikkers of iets anders dat lawaai maakt, terwijl je aan zijn halsband trekt. Je moet hem wel op heterdaad betrappen. Time je niet goed, dan zal je hond de boodschap niet begrijpen. Als je je hond eenmaal een paar keer op deze manier gecorrigeerd hebt, krijgt het geluid alleen al betekenis voor de hond en zal het niet meer nodig zijn een ruk aan zijn halsband te geven. Hij zal het geluid opvatten als een waarschuwing voor iets dat mogelijk gevaar voor hem oplevert.

Je kunt je hond al je leiderschap tonen door een paar simpele veranderingen door te voeren in de manier waarop je dagelijks met hem omgaat:

  • Zorg voor een vast dagelijks ritme. Honden zijn gewoontedieren en gewoontes en voorspelbaarheid zorgen voor houvast. Dit betekent dat je hem op vaste tijden uitlaat, zijn eten geeft, traint en verzorgt. Je zult zien dat je hond een stuk geduldiger wordt.
  • Haal je hond aan wanneer hij rustig is, niet als hij opgewonden is. Op die manier heeft jouw aandacht voor hem een kalmerende werking. Bovendien leer je hem dat gewenst gedrag beloond wordt. Als je hem aanhaalt terwijl hij tegen je opspringt, beloon je hem in feite voor zijn gedrag en zal hij het niet afleren.
  • Leer je hond dat samenwerken met jou hem iets oplevert. Laat hem bijvoorbeeld zitten voordat hij zijn eten krijgt of hij de deur uit mag gaan. Laat hem bij de deur net zo lang wachten totdat jij hem het commando geeft dat hij mag gaan. Zo voorkom je dat je hond langs jou heen de deur uit rent.
  • Houd spelletjes met je hond leuk en vriendelijk en zorg ervoor dat jij het spel blijft leiden

Het aanleren van basiscommando’s

Als je nog nooit eerder een hond hebt gehad, kan het opvoeden en africhten van een pup moeilijk zijn. Een hondenschool kan je daarbij helpen. Overal in het land worden puppycursussen georganiseerd, dus vast ook bij jou in de buurt. Je leert er niet alleen van kenners hoe je de opvoeding het best kunt aanpakken, maar je hond leert zich ook sociaal op te stellen tegenover andere honden. Na de puppycursus kun je eventueel nog meer gedragscursussen doen met je hond.

Uiteraard kun je zelf ook met hem oefenen. Houd trainingssessies echter niet te lang: 5-10 minuten 3 à 4 keer per dag is genoeg. Dan blijft het voor jou en je hond plezierig. Het trainen is gebaseerd op het belonen van acties van je hond. Je zult je hond duidelijk moeten maken wat je bedoeling is. Dat is niet zo eenvoudig, aangezien honden onze taal niet verstaan en hun manier van communiceren gebaseerd is op het interpreteren van lichaamstaal. Toch zal je hond uiteindelijk leren jouw gebaren te herkennen als je iets van hem wilt, evenals de woorden die je gebruikt

Blog

Recente artikelen