icon arrow up
Boek voorvertoning

Labrador gezondheid

Het is onmogelijk om alles te vertellen over gezondheid en ziekten bij de hond, maar wat in dit hoofdstuk zeker niet ontbreekt, is informatie over een aantal rasspecifieke ziekten die bij de labrador voorkomen, zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie en oogafwijkingen. In dit hoofdstuk zal tevens aandacht worden besteed aan de vaccinaties die je hond krijgt tegen een aantal ziekten, het bestrijden van inwendige parasieten, en castratie van de teef en de reu. Als je meer wilt weten over alles wat met gezondheid en ziekten bij je hond te maken heeft en/of over EHBO bij honden, is het aan te raden een medisch handboek voor honden aan te schaffen.

Heupdysplasie (HD)

Heupdysplasie is een aandoening die het vaakst wordt waargenomen bij grote hondenrassen en bij middelgrote, zoals de labrador. De rasvereniging is hiervan op de hoogte en probeert met regelgeving op fokgebied te voorkomen dat met potentiële ouderdieren wordt gefokt bij wie deze afwijking door middel van röntgenfoto’s is vastgesteld. Een hond moet minimaal 12 maanden oud zijn om röntgenfoto’s te kunnen laten maken.

De ontwikkelingsstoornis HD wordt veroorzaakt door erfelijke aanleg en externe factoren. Het heupgewricht van een pup kan in aanleg normaal zijn, maar na zijn geboorte vervormen. Het gewrichtskapsel wordt bij deze vervorming slapper en zwelt op. De heupkop en –kom ontwikkelen zich abnormaal, waarbij het gewrichtskraakbeen wordt aangetast en arthrose plaatsvindt. Het heupgewricht wordt instabiel, waardoor de hond meestal klachten krijgt. De leeftijd waarop de hond last krijgt varieert, evenals de verschijnselen die hij zal gaan vertonen. Voorbeelden van de symptomen van HD zijn: moeilijk opstaan en lopen, wisselende kreupelheid van een of beide achterbenen, niet graag of moeilijk gaan zitten en een verminderd uithoudingsvermogen. Heupdysplasie kan voor de hond heel pijnlijk zijn.

Erfelijkheid speelt een rol bij het ontwikkelen van HD, maar externe factoren zijn misschien nog wel belangrijker. Externe factoren kunnen de ontwikkeling van HD zowel in negatieve als in positieve zin beïnvloeden. De factoren die HD in de hand kunnen werken zijn:

  • Te snelle groei door verkeerde voeding of te veel voeding.
  • Voeding met een hoog vitamine- en mineralengehalte.
  • Obesitas.
  • Te veel en/of op een verkeerde manier bewegen.

Groeit de hond te snel, dan zal zijn de kracht van zijn bespiering geen gelijke tred houden met zijn grootte. Daarom zullen zijn spieren bij een lange wandeling zijn gewicht al gauw niet meer kunnen dragen. Als de hond te zwaar is, wordt er te veel druk uitgeoefend op de heupgewrichten, waardoor deze overbelast raken.

Om de kans op HD zo klein mogelijk te maken, zul je je pup in het eerste anderhalf jaar van zijn leven een beetje moeten ontzien. Maak in die periode meerdere keren per dag een beperkte wandeling met je hond. Een goede richtlijn hierbij is dat de wandeling zoveel minuten mag duren als de hond in weken oud is. Je mag daarbij best een balletje gooien en door de hond op laten halen, maar niet te ver en niet te vaak. Houd de bewegingen rechtlijnig, zodat je hond geen abrupte bewegingen hoeft te maken. Je hond mag best met andere honden spelen, mits hun grootte en kracht ongeveer overeenkomen, anders worden zijn nog kwetsbare gewrichten te zwaar belast. Laat hem geen trappen lopen of over hekken springen en zorg dat hij binnenshuis niet kan uitglijden. Als je een gladde vloer hebt in huis, kun je beter wat stukken tapijt neerleggen om het uitglijden van je hond te voorkomen.

Labradors zijn goede eters, maar geef je hond niet te veel, zodat hij te dik wordt en zijn gewrichten overbelast raken. Voeg nooit extra mineralen of vitamines toe aan zijn eten. Om HD te voorkomen kun je je hond een uitgebalanceerd merk hondenvoer geven. Een te grote hoeveelheid mineralen en vitamines werken namelijk stoornissen van het skelet in de hand.

Gelukkig wordt tegenwoordig zelden nog een euthanasieadvies gegeven bij ernstige HD. Honden met HD kunnen nu een (bijna) pijnloos leven leiden. Er zijn een aantal manieren om honden met HD te behandelen. Met medicatie, speciale voeding, gewichtsbeperking, de juiste beweging en eventueel chirurgie kan veel worden bereikt.

Elleboogdysplasie (ED)

Elleboogdysplasie is een aandoening aan de gewrichten in de voorhand, die minder vaak voorkomt dan HD. De labrador is zeer gevoelig voor deze kwaal, die zich meestal in het eerste jaar van zijn leven al openbaart. De ontwikkeling van ED wordt, net als HD, gedeeltelijk erfelijk bepaald en gedeeltelijk veroorzaakt door externe factoren als voeding, beweging en gewicht. Door ED kan de hond mank gaan lopen of de voorpoot naar buiten draaien om de binnenkant van het gewricht te ontlasten. In ernstige gevallen kan het ellebooggewicht opzwellen. De aandoening kan worden vastgesteld door middel van röntgenfoto’s vanaf een leeftijd van 12 maanden.

Net als bij HD kun je ED proberen te voorkomen door de externe factoren die deze afwijkingen mede veroorzaken te vermijden. Laat je hond dus niet te dik worden, geef hem uitgebalanceerd voer en laat hem met mate en op een verantwoorde manier bewegen.

De rasvereniging probeert ook bij ED met regelgeving op fokgebied te voorkomen dat met potentiële ouderdieren wordt gefokt bij wie deze afwijking door middel van röntgenfoto’s is vastgesteld. Het maken van röntgenfoto’s biedt echter geen garantie dat er zich bij een hond geen HD of ED zal ontwikkelen. Externe factoren spelen immers een grote rol. Er wordt dan ook door sommigen gepleit voor het doen van DNA-onderzoek bij potentiële ouderdieren. Men vindt dat dit het doel zou moeten zijn van rasverenigingen en internationale kennelclubs.

Oogaandoeningen

Jammer genoeg is de labrador ook gevoelig voor een aantal ernstige erfelijke oogaandoeningen, waaronder Progressieve Retina Atrofie (prcd-PRA), Cataract en Retinadysplasie (RD) (vaak in combinatie met Oculo Skeletale Dysplasie (RD/OSD)).

Bij Progressieve Retina Atrofie (prcd-PRA) lijdt de hond aan een degeneratie van het netvlies, die zelfs blindheid tot gevolg kan hebben. Prcd-PRA is de erfelijke oogziekte die bij labradors het vaakst voorkomt.

Bij Cataract vertroebelt het netvlies, waardoor vaak al op jonge leeftijd grauwe staar ontstaat. Deze oogziekte kan tot volledige blindheid leiden, maar het hoeft niet.

Bij Retinadysplasie (RD) zit het netvlies niet goed vast aan het onderliggende vaatvlies, waardoor er plooien in het netvlies ontstaan. Deze oogafwijking komt in verschillende gradaties voor. De zwaardere vormen zijn zeer zeldzaam, maar de mildere vormen worden steeds vaker vastgesteld. RD komt bij de labrador soms voor in combinatie met Oculo Skeletale Dysplasie (OSD), een verzamelnaam voor een aantal afwijkingen aan het skelet, zoals verkorte ledematen (dwerggroei)

Door middel van “oogspiegelen”, een onderzoek van het netvlies, kunnen honden die lijden aan bovengenoemde oogziekten worden opgespoord. Dit onderzoek geeft slechts antwoord op de vraag of de hond op dat moment aan een oogziekte lijdt. Als de hond volgens het onderzoek geen oogafwijking heeft, wordt hij “klinisch vrij” verklaard. Met oogspiegelen kan echter niet worden vastgesteld of de hond drager is van een gen dat een van de oogziekten veroorzaakt.

Blog

Recente artikelen